De eertse helft van het jaar zit er op. Dat is een goed moment om te bekijken hoeveel nieuwe ondernemingen er worden opgericht en vooral hoe goed ze erin slagen actief te blijven.
De eerste vaststelling is dat de wil om te ondernemen in België niet stilvalt. Hoewel de cijfers nog niet definitief zijn, werden er in de eerste helft van het jaar 69.021 nieuwe ondernemingen opgericht. Dat is een goed resultaat: iets minder dan in 2024 (72.421), maar meer dan in 2025 (67.781).
Er tekenen zich echter verschillen af in de evolutie tussen de gewesten.
In Brussel kunnen we spreken van stabiliteit, met 9.164 oprichtingen. Dat is iets beter dan de 8.803 in 2025 en net iets minder dan de 9.277 in 2024.
In Wallonië waait er een dynamische wind: 18.281 oprichtingen, tegenover 15.603 in 2025 en 14.908 in 2024. Dat is een stijging van 17,16% op één jaar en van 22,62% ten opzichte van 2024. Daardoor stijgt het Waalse aandeel in de nationale oprichtingen van nieuwe ondernemingen van 20,57% in 2024 naar 23,02% in 2025 en vandaag naar 26,65%.
In het Vlaams Gewest zien we daarentegen een vertraging: 36.550 oprichtingen, tegenover 39.034 in 2025 en 40.053 in 2024. Daardoor daalt het Vlaamse aandeel van 57,59% in 2025 naar 52,95% in 2026. Dat ligt duidelijk lager dan de 57,28% actieve entiteiten die het gewest vandaag telt ten opzichte van het totaal in het land.
Ook opvallend is de sterke negatieve evolutie van de oprichtingen van buitenlandse ondernemingen in België. In dit eerste semester gaat het nog maar om 2.638 oprichtingen, tegenover 3.056 in 2025 en zelfs 7.217 in 2024. Het bevestigt dat onze aantrekkingskracht sterk afneemt, en dat is geen goed signaal.
Op sectorniveau wordt de afnemende aantrekkingskracht van de grote traditionele sectoren steeds duidelijker.
De bouwsector heeft het moeilijk. Binnen de residentiële en niet-residentiële bouw werden 1.340 nieuwe entiteiten opgericht, tegenover 1.569 in 2025 en 1.769 in 2024. De gespecialiseerde bouwwerken volgen dezelfde trend, zij het minder uitgesproken: 5.228 in 2026, 5.374 in 2025 en 5.764 in 2024.
Ook in het wegvervoer is er sprake van een terugval: 1.264 tegenover 1.307 in 2025. Hetzelfde geldt voor wetenschappelijke en technische activiteiten, met 1.522 tegenover 1.659 in 2025, artistieke activiteiten, met 1.338 tegenover 1.571 in 2025, en, voor het eerst sinds lange tijd, activiteiten in verband met menselijke gezondheidszorg, met 5.360 tegenover 5.930 in 2025.
Meer algemeen zien we dat het aantal oprichtingen in de verwerkende nijverheid blijft dalen: 1.889 tegenover 2.001 in 2025 en 2.161 in 2024. Dezelfde beweging zien we in de handel: 6.310 tegenover 6.556 in 2025 en 7.196 in 2024.
Eén sector komt licht als winnaar uit de bus: administratieve en ondersteunende diensten, met 5.018 oprichtingen tegenover 5.004 in 2025 en 4.857 in 2024.
Wat de stopzettingen van activiteiten betreft, bevestigt zich de stijgende trend die de voorbije jaren al werd vastgesteld. In het eerste semester van 2024 zetten 61.663 ondernemingen hun activiteiten stop, in 2025 waren dat er 63.292, en in 2026 gaat het om 72.664 ondernemingen. De cijfers blijven stabiel bij de rechtspersonen, met 21.440 dit jaar, maar stijgen sterk bij de zelfstandigen: 51.224 tegenover 42.865 in 2025 en 40.379 in 2024. De massale pensionering van de babyboomgeneratie blijft haar effect hebben.
Dat is vooral het geval in het Waals Gewest, met 14.511 gevallen, of 29,90% meer dan in 2025. In het Vlaams Gewest bedraagt de stijging “slechts” 12,80% (28.916 gevallen) en in Brussel 10,63% (4.692).
Alle sectoren worden getroffen, maar vooral de sterke stijging in de detailhandel valt op: die verliest 8.790 ondernemingen, tegenover 7.054 in 2025, een stijging van 24,61%. Ook het wegvervoer wordt getroffen, met 1.345 eenheden (+22,20%), net als de industrie, met 2.625 gevallen (+18,35%).
Voor het eerst in lange tijd daalt het aantal ondernemingen in België netto. Het economische weefsel groeide nog met 10.818 ondernemingen in het eerste semester van 2024 en met 4.489 in 2025, maar krimpt vandaag met 3.643 ondernemingen. Terwijl Brussel nog een lichte netto groei kent (+449), verliest het Waals Gewest 628 ondernemingen en het Vlaams Gewest 3.187.
Maar vooral verschuift onze economie steeds meer naar diensten, terwijl de industrie en productie aan belang verliezen.
Samengevat: in België worden veel ondernemingen opgericht om u te vertellen hoe u iets moet doen, maar steeds minder om het effectief te doen. En zij die het doen, verdwijnen langzaam.
Wat de faillissementen betreft, stijgen de cijfers slechts beperkt ten opzichte van het hoge niveau van 2025:6.168 gevallen tegenover 6.133 vorig jaar. In Brussel blijft de situatie stabiel, met 1.085 vonnissen. In Wallonië is er een duidelijke daling van meer dan 7%, met 1.329 gevallen tegenover 4.128 in 2025. Deze positieve evolutie wordt echter tenietgedaan door een stijging in het Vlaams Gewest, waar het aantal faillissementen oploopt tot 3.744 tegenover 3.616 in 2025.
De bouwsector is op zichzelf goed voor 1.353 faillissementen, maar dat is beter dan de 1.494 in 2025. Het wegvervoer daarentegen stijgt naar 323 gevallen, tegenover 283 in 2025. Dat is een stijging van bijna 15%. De sector van de menselijke gezondheidszorg, die de afgelopen jaren sterk groeide, ziet het aantal faillissementen stijgen van 60 in 2025 naar 78 dit jaar.
De industrie stabiliseert op 267 gevallen, tegenover 263 in 2025, maar met grote verschillen tussen de subsectoren. De vervaardiging van metaalproducten stijgt van 55 in 2025 naar 68 in 2026, en de voedingsindustrie eveneens van 55 naar 68. Daarentegen daalt de vervaardiging van elektrische apparatuur van 11 gevallen in 2025 naar 5 dit jaar.
De horeca overschrijdt niet langer de kaap van 1.000 vonnissen, met 986 gevallen dit jaar.
Waarschijnlijk zullen we dit jaar de kaap van 12.000 faillissementen overschrijden. Dat cijfer lijkt enorm, maar gezien de meer dan 1.550.000 actieve ondernemingen in het land blijft het faillissementspercentage op een aanvaardbare 0,77%
Het is nog wat vroeg om echt te zien hoe ondernemingen hun jaar 2025 hebben beleefd. Vandaag beschikken we nog maar over 272.000 gepubliceerde jaarrekeningen voor 2025. We verwachten er ongeveer 580.000. Het is dus te vroeg om conclusies te trekken. Een kleine minderheid, ongeveer 36.000 ondernemingen, sluit haar boekjaar echter af in september. Dankzij deze ondernemingen kunnen we ons een beeld vormen van hoe dat jaar is verlopen, aangezien drie kwart van hun boekjaar in 2025 viel.
Globaal stellen we een lichte verslechtering vast van de ratio’s binnen deze populatie.
De mediane operationele cashflow, of REBITDA, daalt bijvoorbeeld van 36.190 euro naar 35.812 euro. Dat is een netto daling van 1%. Maar rekening houdend met een inflatie van ongeveer 3% over de periode is de verslechtering merkbaar.
Dezelfde vaststelling geldt voor de mediane nettocashflow. Die daalt van 36.184 euro naar 35.807 euro. Ter herinnering: de cashflow bepaalt de capaciteit om te investeren of bestaande kredieten terug te betalen. De erosie ervan ondermijnt dus die capaciteit en tast de veerkracht van ons economische weefsel aan.
Kijken we daarentegen naar het aantal ondernemingen in moeilijkheden, dan kunnen we ons misschien troosten met het feit dat het aandeel ondernemingen met negatief eigen vermogen daalt van 11,18% naar 11,06%, dat het aandeel ondernemingen met een negatieve REBITDA daalt van 17,71% naar 17,64% en dat het aandeel ondernemingen met een negatieve nettocashflow daalt van 17,75% naar 17,50%.
Maar dat is een magere troost, want de absolute cijfers blijven hoog. Bovendien betekent dit ook dat deze ondernemingen uiteindelijk verdwijnen, zonder dat de situatie van de ondernemingen die actief blijven daardoor verbetert.
De conclusie is niet bemoedigend. Het economische weefsel lijkt te verouderen, vermoeid te raken en zich steeds meer te richten op diensten, ten koste van de secundaire sector. Nochtans is het die sector die echte toegevoegde waarde creëert en het land een kans geeft op een positieve handelsbalans. Diensten recycleren alleen geld dat al gecreëerd werd. Het is hoog tijd om deze trend te keren.
Meer analyses en cijfers?
Wil je graag meer lezen over het Belgisch economisch weefsel
of je verder verdiepen in statistieken over de Belgische ondernemingen?