Bedrijven vormen de motor van onze economie. Ze zijn echter alleen relevant wanneer ze hun primaire rol vervullen: het leveren van goederen en diensten die onze samenleving nodig heeft om te functioneren.
Sinds 2020 is dat allesbehalve vanzelfsprekend gebleken. De ene crisis volgde op de andere. Eerst was er de gezondheidscrisis, daarna volgden inflatie en geopolitieke spanningen. Heel wat zekerheden waarop ondernemingen konden bouwen, zijn daardoor weggevallen.
In deze onstabiele context hebben politieke besluitvormers het moeilijk om een stabiel en gunstig kader voor ondernemingen te behouden. Zij bevinden zich tussen Europese beslissingen, structurele begrotingstekorten en een steeds verder globaliserende economie.
Op korte termijn moeten regeringen investeren in defensie en infrastructuur, terwijl tegelijk ook een noodzakelijke begrotingssanering moet worden doorgevoerd. Op middellange termijn staan nog grotere uitdagingen op de agenda: de vergrijzing van de bevolking, migratie, klimaatverandering en de strategische afhankelijkheden van onze economie.
Dat zijn complexe dossiers die tijd vergen.
Consumenten reageren daarentegen onmiddellijk. Zij maken elke maand keuzes op basis van hun beschikbare inkomen en stellen hun prioriteiten scherp. Hun gedrag wordt rechtstreeks bepaald door hun koopkracht.
Bedrijven moeten dus navigeren tussen twee verschillende realiteiten. Enerzijds is er het trage tempo van politieke besluitvorming. Anderzijds is er het snelle en soms grillige gedrag van consumenten. Individuele ondernemingen hebben niet altijd de capaciteit om zich onmiddellijk aan structurele schokken aan te passen. Maar ze zijn vaak wendbaarder dan een staat, die per definitie trager reageert op maatschappelijke evoluties.
De echte kracht van ondernemingen ligt daarom niet enkel in individuele bedrijven, maar in de dynamiek van het volledige economische weefsel. Wanneer een onderneming er niet in slaagt haar aanbod snel genoeg aan te passen, kan een nieuwe speler haar plaats innemen met een product of dienst waar wel vraag naar bestaat.
Bedrijven die niet tijdig anticiperen, moeten zich dan noodgedwongen aanpassen om relevant te blijven — of hun activiteiten stopzetten.
Zo blijft het economische weefsel dynamisch. Dat proces gaat soms gepaard met het verdwijnen van bedrijven die hun economische of maatschappelijke relevantie verliezen, wat uiteraard pijnlijk kan zijn. Het oprichten van nieuwe ondernemingen blijft daarom essentieel. Nieuwe bedrijven zorgen ervoor dat het economische aanbod blijft aansluiten bij de behoeften van de samenleving.
In dat opzicht was 2025 een sterk jaar. In totaal werden 139.732 nieuwe ondernemingen opgericht. Dat is een bemoedigend record. Die cijfers bevestigen tegelijk een aantal belangrijke trends in de transformatie van onze economie.
De meest aantrekkelijke sector blijkt de menselijke gezondheidszorg. Daar werden 14.158 nieuwe ondernemingen opgericht, goed voor 10,13% van alle starters in 2025.
Het is bovendien de sector met de grootste netto groei: +5.271 ondernemingen. Alleen al deze sector vertegenwoordigt 32,26% van de totale netto groei van het aantal ondernemingen in België, dat in 2025 met 16.338 bedrijven toenam.
De detailhandel blijft relatief stabiel met 10.276 starters.
De groothandel bevindt zich daarentegen op een zwakker punt. Daar werden slechts 2.799 nieuwe ondernemingen opgericht, een daling van 13% ten opzichte van 2024.
De bouwsector blijft ondanks economische druk aantrekkelijk voor jonge ondernemers. In 2025 werden 14.121 nieuwe bouwbedrijven opgericht. Toch verloor de sector in hetzelfde jaar 1.064 ondernemingen. De economische omstandigheden zijn moeilijk en veel zelfstandigen bereiken de pensioenleeftijd.
Een gelijkaardige dynamiek zien we in de horeca.
Daar werden 5.045 nieuwe ondernemingen opgericht, een record. Tegelijk werden 6.233 ondernemingen stopgezet, eveneens een record. Het resultaat is een nettoverlies van 1.188 bedrijven.
Het wegtransport blijft nog licht groeien met +583 ondernemingen, maar die groei ligt lager dan in de voorgaande jaren.
De grootste zorg voor onze economie blijft de voortzetting van de de-industrialisering. In 2025 verloor de industriële sector 993 ondernemingen. In 2024 waren dat er 501, en in 2023 250.
Onze economie evolueert daardoor steeds meer naar een diensteneconomie. Dat heeft gevolgen.
Minder industriële productie betekent minder strategische autonomie, minder gewicht binnen de Europese economie en een grotere afhankelijkheid van buitenlandse productie.
Industriële goederen kunnen bovendien makkelijker internationaal worden geëxporteerd dan diensten, die vaak lokaal georganiseerd zijn — zoals bijvoorbeeld zorgverlening.
Export brengt nieuwe financiële middelen naar een land. Lokale diensten circuleren vooral binnen de bestaande economie.
Op regionaal niveau valt vooral het dynamisme van Wallonië op.
Daar werden 33.941 nieuwe ondernemingen opgericht, een record. Het totale aantal ondernemingen nam er toe met 3.835 bedrijven.
Dat is bemoedigend, al ligt het nog ver onder het niveau van 2021, toen de groei 7.846 ondernemingen bedroeg.
In Vlaanderen daarentegen bedroeg de groei slechts 4.457 ondernemingen.
Dat is een historisch minimum. In de voorgaande jaren lag de groei aanzienlijk hoger:
Het ondernemende Vlaanderen lijkt dus tekenen van vermoeidheid te vertonen.
Een belangrijke verklaring ligt in de demografie. De vergrijzing van de bevolking weegt er zwaarder dan in andere regio’s.
Het aantal faillissementen stijgt al enkele jaren. In 2025 werden 11.819 faillissementen uitgesproken.
Toch blijft dit cijfer in verhouding tot het totale aantal ondernemingen relatief stabiel. Faillissementen vertegenwoordigen 0,75% van alle actieve ondernemingen in België.
De stijging blijft dus beperkt wanneer men ze in verhouding bekijkt.
Het aantal faillissementen neemt vooral toe in:
In de handel (2.183 faillissementen) en de horeca (1.911) blijft het niveau hoog, maar relatief stabiel.
De Belgische economie evolueert steeds duidelijker naar een diensteneconomie, een evolutie die samenhangt met de vergrijzing van de bevolking.
In Vlaanderen is die verschuiving het meest uitgesproken, terwijl Wallonië nog een zekere dynamiek vertoont. Het aantal faillissementen stijgt wel in absolute cijfers, maar hun aandeel in het totale aantal ondernemingen blijft stabiel op 0,75%. Toch heeft deze structurele verschuiving een belangrijke impact: België verliest geleidelijk aan gewicht binnen de Europese economie.
Blijf je graag op de hoogte van het Belgische ondernemingslandschap?
Maandelijks publiceren we inforgarphics en statistieken over de faillissementen, oprichtingen en
stopzettingen van Belgische ondernemingen.