In Vlaanderen, Brussel en Wallonië blijft het aantal nieuwe ondernemingen in 2026 toenemen. Internationale entiteiten en ondernemingen zonder gekend adres zijn niet opgenomen in deze analyse. In de eerste acht maanden van 2026 werden 87.980 ondernemingen opgericht, 5,2% meer dan een jaar eerder. Tegelijk steeg het aantal stopzettingen veel sterker: met 14,2% tot 83.627.
Daardoor wordt de marge tussen oprichtingen en stopzettingen steeds kleiner. Waar België in dezelfde periode van 2025 nog 10.395 meer oprichtingen dan stopzettingen telde, is dat verschil in 2026 teruggevallen tot 4.353 entiteiten.
Anders gezegd: tegenover elke 100 nieuwe ondernemingen staan inmiddels ongeveer 95 stopzettingen.
Van de 83.627 stopzettingen in de eerste acht maanden van 2026 waren er 8.355 het gevolg van een faillissement. Dat is 4,3% meer dan een jaar eerder.
De totale stijging van het aantal stopzettingen ligt echter veel hoger. Zonder de faillissementen mee te rekenen, stijgen de overige stopzettingen met ongeveer 15,4%.
De toenemende uitstroom uit het Belgische ondernemingslandschap kan dus niet alleen door faillissementen worden verklaard.
Achter het nationale cijfer gaan twee heel verschillende evoluties schuil.
Bij de vennootschappen blijft de balans ruim positief. In de eerste acht maanden van 2026 werden 38.989 vennootschappen opgericht, tegenover 24.452 stopzettingen. Dat levert een netto-aangroei van 14.537 entiteiten op.
Ook daar neemt de druk echter toe. Het aantal nieuwe vennootschappen daalt met 2,4%, terwijl het aantal stopzettingen met 11,0% stijgt.
Bij zelfstandigen is het beeld omgekeerd. Hoewel het aantal oprichtingen met 12,2% stijgt tot 48.991, werden 59.175 zelfstandige activiteiten stopgezet. Dat resulteert in een negatieve netto-evolutie van 10.184 entiteiten.
Voor elke 100 nieuwe zelfstandigen zijn er daarmee ongeveer 121 stopzettingen.
Het zijn dus de vennootschappen die ervoor zorgen dat de Belgische ondernemingsbalans als geheel nog positief blijft.
Ook de aard van de stopzettingen verschilt sterk.
Ongeveer 80% van alle faillissementen heeft betrekking op vennootschappen. Bij hen is ruim een kwart van de stopzettingen het gevolg van een faillissement.
Bij zelfstandigen ligt dat aandeel veel lager: minder dan 3% van de stopzettingen is een faillissement.
De hoge uitstroom bij zelfstandigen is dus veel breder dan het faillissementsfenomeen alleen.
Regionaal springt vooral Vlaanderen in het oog. In de eerste acht maanden van 2026 werden er 50.302 ondernemingen opgericht, tegenover 49.559 stopzettingen. De netto-evolutie bedraagt daardoor nog slechts +743 entiteiten.
Een jaar eerder bedroeg die marge nog +6.502.
Dat verschil is opmerkelijk: Vlaanderen registreert tegelijk minder oprichtingen (-2,3%) en aanzienlijk meer stopzettingen (+10,1%).
Voor elke 100 oprichtingen staan inmiddels bijna 99 stopzettingen.
Vlaanderen blijft dus net positief, maar zit veel dichter bij een evenwicht tussen instroom en uitstroom dan de andere gewesten.
Wallonië kent de sterkste beweging aan beide kanten. Het aantal oprichtingen stijgt er met 22,2% tot 25.218, terwijl het aantal stopzettingen met 23,4% toeneemt tot 23.320.
Ondanks die sterke uitstroom blijft de netto-evolutie positief op +1.898 entiteiten, iets meer dan de +1.738 van een jaar eerder.
Wallonië combineert dus een sterke instroom met een even sterke uitstroom, zonder dat de netto-ondernemingsgroei verdwijnt.
Ook Brussel behoudt een positieve balans. De hoofdstad telt 12.460 oprichtingen tegenover 10.748 stopzettingen, goed voor een netto-evolutie van +1.712 entiteiten.
Ook hier neemt de marge af. Het aantal oprichtingen stijgt met 8,6%, terwijl de stopzettingen met 15,3% toenemen.
De Belgische ondernemingspopulatie blijft groeien zolang er meer ondernemingen worden opgericht dan stopgezet. Maar de ruimte tussen beide wordt snel kleiner.
Op één jaar tijd is de nationale marge tussen instroom en uitstroom met meer dan 6.000 entiteiten afgenomen. Vooral bij zelfstandigen en in Vlaanderen is die evolutie uitgesproken.
De kernboodschap voor 2026 is dan ook niet dat België al meer ondernemingen verliest dan erbij krijgt, maar wel dat de buffer tussen beide in snel tempo verdwijnt.