Hoe rijk is de kerk? Simpele vraag, complex antwoord.

Hoe rijk is de katholieke kerk? De vraag duikt regelmatig op, wellicht omdat ze zo moeilijk te beantwoorden is. Sommige kerkelijke spelers zitten goed in de slappe was, andere helemaal niet. Een kluwen van kerkfabrieken en vzw’s maakt het er niet gemakkelijker op. We deden nog eens een poging, en kwamen tot enkele opvallende vaststellingen. – artikel door Jef Poortmans vaar Trends Magazine

We kloppen aan bij een oude notariswoning aan het dorpsplein van Vorselaar in de Kempen. Geel geschilderde gevel, groene klapluiken voor de ramen. Idyllischer vind je ze niet. De man die opendoet, ademt de ziel van de woning uit: statig, groot, verzorgd. Erenotaris Alois Van den Bossche ontvangt ons voor eenngesprek over het beheer en het bestuur van de kerkfabriek Sint-Pieter, waarvan hij al 35 jaar voorzitter is. “Toen ze me vroegen, had ik me voorgenomen het maar voor een jaar te doen”, zegt hij met een grijns.

De kerkfabriek Sint-Pieter in Vorselaar is een van de 1.535 kerkfabrieken en 1.633 eredien sten die erkend zijn door het Vlaams Gewest, en daardoor openbare besturen zijn. Een kerkfabriek wordt bestuurd door een kerkraad en heeft verschillende taken, volgens het eredienstdecreet uit 2004. Ze moet er bijvoorbeeld voor zorgen dat de eredienst kan uitgeoefend worden, bijvoorbeeld de misvieringen. “Bij ons zijn er twee misvieringen per week end, voor telkens 100 tot 150 mensen”, zegt de erenotaris. Daarnaast moet een kerkfabriek de eredienstgebouwen, zoals kerken en pastorijen, onderhouden en moet ze het geld en ander patrimonium beheren die de werking van de eredienst financieren.

Napoleon en Pius VII

Het Vlaams Gewest erkent dus de erediensten, maar voor de financiering zijn om historische redenen ook verschillende overheidsniveaus verantwoordelijk, voornamelijk de gemeentes. Kerkfabrieken vallen ook onder het toezicht van de gemeentes en provincies, en onder het kerkrechtelijk toezicht van de bisschop. “Dat heeft zijn oorsprong bij keizer Jozef II, die vond dat er te veel dood geld bij de abdijen en kloosters zat en daarom beslag legde op hun goederen. Tijdens de Franse Revolutie confisqueerde de Franse staat ook nog eens alle kerkelijke goederen, waardoor de kerk volledig ontmanteld was”, vertelt Jan de Maeyer, emeritus hoogleraar geschiedenis aan de KU Leuven.

“Toen Napoleon aan de macht kwam, begreep hij dat hij de kerk nodig had voor de stabiliteit en continuïteit van zijn bewind. Eén pastoor stond gelijk aan tien gendarmes, was de gedachte. Daarom sloot hij het concordaat af met de Heilige Stoel in Rome. Voortaan zou de overheid de
openbare cultus financieren. De geconfisqueerde kerken bleven grotendeels eigendom van de gemeenten, maar de kerk kreeg via de bisschoppen opnieuw het genotsrecht over die gebouwen.” Dat concordaat uit 1801 tussen Napoleon en paus Pius VII heeft tot vandaag financiële gevolgen voor de Vlaamse gemeentes, het gewest en de provincies. De afspraken leven voort in de Belgische grond wet en in het Vlaamse erediensten decreet van 2004. Dat stelt onder meer dat de gemeentes de erkende erediensten financieel moeten bijstaan, als zij uit hun exploitatie en investeringen onvoldoende inkomsten halen om hun uitgaven voor de organisatie van de ere diensten te dekken. Dat systeem is later verruimd tot alle erkende erediensten.

Overheden springen bij

De erediensten maken jaarlijks een kasboekhouding op. Die houdt bij hoeveel geld binnenkomt en weg stroomt via enerzijds de exploitatie
en anderzijds de investeringen in de eredienstgebouwen, zoals kerken en pastorijen, en het privaat patrimonium, zoals gronden en huurwoningen. Als de opbrengsten niet volstaan, moeten de gemeentes, het gewest en de provincie bijspringen.

Aan de hand van de jaarrekeningen konden we achterhalen hoeveel de overheden tussen 2014 en 2023 hebben bijgepast. In die tien jaar ontvingen de erediensten 743 miljoen euro aan toelagen. 414 miljoen daarvan waren exploitatietoelagen van de gemeentes. Die stopten ook nog eens 174 miljoen euro aan investeringstoelagen toe. Het Vlaams Gewest kwam met 142 miljoen aan investeringstoelages over de brug, de provincies ten slotte met 13 miljoen aan investeringstoelagen. De rooms-katholieke erediensten ontvingen veruit het belangrijkste deel, met 693 van die 743 miljoen.

Onoverzichtelijk

Naast de kerkfabrieken, die openbare besturen zijn, zijn in België veel religieuze organisaties actief onder een vzw-statuut. Uit de databank van Trends Business Information filterden we er zo’n 220 die een jaarrekening neerleggen. De overgrote meerderheid heeft een kerngezonde balans. In 2023 hadden die religieuze vzw’s collectief 145 miljoen euro spaargeld, 1,9 miljard euro beleggingen en 524 miljoen euro aan onroerend goed op hun balansen staan. Die laatste post is naar alle waarschijnlijkheid een ernstige onderwaardering, omdat veel van dat vastgoed niet tegen de marktwaarde op de balansen staat.

Die vzw’s zorgen voor een extra laag complexiteit. “Onze stad heeft 21 kerkfabrieken, een paar centrale kerkbesturen, en een hoop verbonden vzw’s. Dat maakt het comples en onoverzichtelijk”, zegt de Hasselts schepen Frank Dewael. Zijn collega-schepen in Gent Christophe Peeters pleit ook voor meer transparantie: “Daar gebeuren geen dingen die het daglicht niet mogen zien, maar er heerst wel de traditie niet te veel aan andermans neus hangen.”

“Die vzw’s zijn aparte entiteiten, die losstaan van de kerkfabrieken. Je kunt hun bezit en vermogen niet zomaar bij elkaar optellen. Het is een ingewikkeld kluwen”, zegt ook Jan de Maeyer. Het gros van de vzw’s is van rooms-katholieke strekking. Het gaat om bisdommen, kloostergemeenschappen, abdijen en organisaties die actief zijn in onderwijs, medische zorg, sociale ondersteuning enzovoort. “De kerk heeft in die domeinen enorm veel opgezet en betekend in ons land. Dat mag men ook niet vergeten. Ondank is des werelds loon, gaat het gezegde”, besluit Alois Van den Bossche.

Benieuwd naar het volledige artikel?

Dit vind je terug in het Trends Magazine van 29 januari 2026.