De Europese Unie werkt aan een verregaande harmonisatie van het insolventierecht. Met het nieuwe voorstel tot richtlijn (voorlopig akkoord sinds november 2025) wil de Unie grensoverschrijdende investeringen bevorderen, financieringskosten verlagen en de kapitaalmarktunie versterken.
Het gaat daarbij niet om één uniform Europees insolventierecht. De richtlijn kiest voor minimumharmonisatie: een gemeenschappelijke ondergrens die in alle lidstaten moet gelden.
België bevindt zich met zijn nationale regelgeving op meerdere punten vandaag al boven die ondergrens. De impact zal dus minder liggen in een fundamentele hervorming van het Belgische systeem, en des te meer in de Europese afstemming van spelregels.
En precies daar zit de kern: dit dossier is in de eerste plaats relevant in een grensoverschrijdende context.
Vandaag verschillen faillissementsregels sterk tussen EU-lidstaten. Voor ondernemers leidt dat tot:
Hoewel instrumenten als de Insolventieverordening (2015) en de Herstructureringsrichtlijn (2019) belangrijke stappen waren, bestaat er nog steeds een sterke discrepantie op nationaal vlak.
De nieuwe richtlijn grijpt rechtstreeks in op die kernregels. Lidstaten mogen strenger zijn dan de Europese norm, maar niet soepeler.
Er komt een scherper toezicht op transacties vlak vóór een faillissement. De richtlijn introduceert vaste terugkijkperiodes:
Wat betekent dat?
De pre-insolventiefase wordt juridisch relevanter, zowel voor kredietanalyse als voor de waardering van vorderingen.
Bestuurders zullen verplicht worden om tijdig een insolventieprocedure te openen zodra de onderneming insolvent is volgens nationaal recht. Niet-tijdig handelen kan leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid.
Impact voor Belgische bestuurders
Voor Belgische bestuurders betekent dat geen revolutie, wel een verscherping van verwachtingen, zeker in internationale context.
Concreet:
Waar financiële moeilijkheden vroeger gradueel konden worden opgevolgd, verschuift de norm naar vroegtijdig ingrijpen. Bestuurders zullen actiever moeten aantonen dat zij tijdig en zorgvuldig handelen zodra signalen van financiële stress zichtbaar worden.
Vroege detectie van potentiële issues is geen optie meer, maar een kernonderdeel van goed bestuur.
De regelgeving speelt steeds meer in op transparantie en zo vroeg mogelijke detectie van potentiële issues. Betrouwbare bedrijfsdata worden daardoor essentieel voor goed bestuur.
Danielle Joris, Head of Data Operations, Trends Business Information
België kent al instrumenten als de alarmbelprocedure in het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen. De lat lag hier dus al relatief hoog.
Wat verandert, is de Europese harmonisatie van verwachtingen. In grensoverschrijdende structuren of bij internationale financiering zal het handelen van bestuurders explicieter en internationaler worden getoetst.
Elke lidstaat moet een ‘pre-pack mechanisme’ voorzien: de eventuele verkoop van een onderneming moet nog vóór de formele opening van de insolventieprocedure voorbereid worden, zodat de potentiële uitvoering nadien vlotter verloopt.
Doel:
België kent al een pre-pack mechanisme, waarbij een overdracht of doorstart vooraf kan worden voorbereid en vervolgens snel wordt uitgevoerd bij faillissement. Dat mechanisme is dus niet nieuw in België en het wordt verankerd op Europees niveau.
De Europese verankering structureert het kader verder:
Voor België kan dat leiden tot transparantere biedingsprocedures, mogelijk gebruik van ‘credit bidding’ en strakker toezicht.
Dat creëert kansen voor gecontroleerde doorstarts met maximaal behoud van waarde, zeker in internationale dossiers, maar verhoogt tegelijk de procedurele discipline.
Insolventiefunctionarissen krijgen ruimere toegang tot:
Grensoverschrijdende verschuivingen van vermogens worden moeilijker. Transparantie wordt de norm.
De richtlijn harmoniseert regels rond schuldeiserscomités en verplicht duidelijke informatieverstrekking via het Europese e-justitieportaal.
In grensoverschrijdende insolventieprocedures worden schuldeisers uit verschillende lidstaten op een meer uniforme manier betrokken bij het verloop van de procedure. Oprichting, samenstelling en bevoegdheden van schuldeiserscomités worden duidelijker omkaderd.
Concreet:
Voor Belgische ondernemingen die zelf schuldeiser zijn in een buitenlandse procedure, verhoogt dit de voorspelbaarheid en participatiemogelijkheden.
Voor Belgische ondernemingen die als schuldenaar in een grensoverschrijdende procedure terechtkomen, betekent dit dat strategische keuzes sneller onder toezicht staan van een breder, internationaal schuldeisersforum.
De richtlijn vertaalt zich in twee duidelijke bewegingen:
1. Minder speelruimte bij financiële moeilijkheden
Uitstelgedrag en creatieve transacties worden juridisch risicovoller.
2. Meer voorspelbaarheid en rechtszekerheid in Europa
Internationale handel en kredietverlening worden transparanter.
Concreet:
De richtlijn verandert dus niet alleen regels, maar ook verwachtingen.
Wanneer de regelgeving meer nadruk legt op tijdig optreden en transparantie, verhoogt dat ook de verantwoordelijkheid van bedrijfsleiders.
Danielle Joris, Head of Data Operations, Trends Business Information
Voor ondernemingen met een sterke governance en transparante structuren betekent dat vooral:
Voor ondernemingen die te laat op financiële problemen reageren, neemt het risico aanzienlijk toe.
De Europese harmonisatie creëert geen uniform insolventierecht, wel een duidelijke ondergrens die de spelregels in Europa dichter bij elkaar brengt, vooral in een grensoverschrijdende context.
België beschikt al over een goed insolventiekader. De grootste verandering zit dus niet in nationale systeemwijzigingen, wel in de Europese afstemming en vergelijkbaarheid.
Voor Belgische ondernemers betekent dat:
De definitieve goedkeuring wordt verwacht in 2026. Daarna krijgen de lidstaten drie jaar om de richtlijn in nationaal recht om te zetten.
Ons advies?
De vraag is niet wanneer dit relevant wordt.
De vraag is hoe goed uw onderneming vandaag al op een meer geïntegreerd Europees insolventiekader afgestemd is.